Chardonnay is een druivenras dat over de hele wereld wordt aangeplant. Het heeft een opmerkelijk aanpassingsvermogen voor wat klimaat en bodem betreft. De vrucht ervan wordt veel voor de vinificatie van witte wijn gebruikt.

Het is een vroegrijpe druif die resistent is tegen kou en tegen warmte kan. Naast voor stille wijn wordt ze ook veel gebruikt voor mousserende wijn. Chardonnay is verwant aan de bourgogne- en champagnedruif pinot blanc, maar heeft een heel andere smaak. In de Elzas wordt zij ook wel weisser klevner genoemd of – een beetje verwarrend – pinot blanc chardonnay.

De wijn van deze druif is zeer geschikt voor rijping op hout en geeft algemeen een volle wijn met een stevig herkenbaar bouquet. Wijn met deze zogenaamde ‘houtopvoeding’ krijgt vanilletonen in haar smaak. Zuivere wijn van de chardonnay-druif wordt in veel landen als “chardonnay” verkocht terwijl er minder wordt gelet op waar hij vandaan komt.

In koelere klimaatzones hebben de wijnen van deze druif een groeneappelsmaak. Na de tweede gisting van de wijn, de zogenaamde malolactische gisting wordt het meeste naar deze groene appelen ruikende appelzuur omgezet in het mildere melkzuur. In mildere klimaatzones krijgt de wijn een meloensmaak, en in de warme temperatuurzones exotische vruchten, zoals ananas en mango.

Chardonnay kan een hoog alcoholpercentage halen, waardoor zij naar het zoete kan neigen. Een goed gemaakte chardonnay zal een lange afdronk hebben. Vanwege het herkenbare karakter die deze wijn toont wordt zij geduid als “vettig” en vooral bij zalm-gerechten aanbevolen.

(bron: Wikipedia)