Negroamaro is een autochtoon blauw druivenras uit Apulië. Het deelt met de primitivodruif de heel rijpe smaak, maar heeft in tegenstelling tot deze laatste een uitgesproken bittere toets.

De Negroamaro druif heeft 25% van de totale wijngaard in Puglië in haar greep.

Over de herkomst van de Negroamaro druif is weinig bekend. Niets is terug te vinden in geschriften van de vorige eeuw. Er wordt aangenomen dat deze druif uit Griekendland komt. Veel wijst erop dat de druif een verwante is van de Griekse druif  genaamd Xinomavro.

Haar naam is eenvoudig te verklaren. De wijnen die op basis van de Negroamaro worden gemaakt hebben een zeer diepe, donkere kleur (negro) en bij de afdronk een fijne bittere smaak (amaro).  Combineer beide en de naam is te verklaren.

De Negroamaro druif is een favoriet van verschillende producenten. Mede door haar stabiliteit, haar afweer tegen ziektes en haar weerstand tegen droogte.

Indien de producent een dikke volle wijn met een hoog alcoholgehalte wil hebben is het wijs om de druif pas eind oktober te oogsten tegen eind. Voor een complexere en meer gebalanceerde wijn moet de druif halverwege september geoogst worden.

De wijnen proeven naar rijp, zwoel zwart fruit met lichtbittere en kruidige toetsen en zijn doorgaans niet goed bestand tegen veroudering. Zelfs de topwijnen drink je best binnen de tien jaar na oogstdatum